De katten van Fukushima

Luidkeels stond Yuichi Kaji donateurs te werven voor zijn groep Animal Aid, na afloop van een herdenking vorige week zondag in Hibiya Park (Tokio). De organisatie spant zich niet in voor de 62 duizend mensen die zijn geëvacueerd na de nucleaire crisis van Fukushima, maar voor de honderdduizend stuks vee en huisdieren die onverzorgd achterbleven.

In de geëvacueerde zone stonden veel boerderijen. Het was onmogelijk de koeien, varkens en kippen snel uit het gebied weg te voeren. Verreweg de meeste dieren overleden na korte tijd. Volgens schattingen zijn er een jaar later nog ongeveer 2000 honden, katten en zelfs koeien die zelfstandig overleven in het gebied. Een groep moedige vrijwilligers stelt alles in het werk om de dieren een veilig heenkomen te bezorgen.

Twee keer per week mogen vrijwilligers van Animal Aid gedurende een periode van 12 uur de veiligheidszone betreden. Kaji is zelf ook eens naar het besmette gebied geweest. “Ik was doodsbang daar,” vertelde hij.

Animal Aid richt zich vooral op de achtergebleven katten die na de evacuatie aan hun lot waren overgelaten. “We proberen de dieren te vangen met een val waar we wat eten in stoppen. Later gaan we de vallen weer langs om te kijken of er katten in zitten,” legde Kaji uit. Van de dieren die ze zo terugvinden zet Animal Aid foto’s online, zodat eigenaars kunnen kijken of hun kat is gered.

De meeste dieren die Animal Aid uit het geëvacueerde gebied weghaalt zijn er slecht aan toe. Toch is Kaji erg trots op zijn werk, “we hebben honderdvijftig katten uit het gebied gered en overgebracht naar een verzorgingscentrum bij Tokio. Langzaam maar zeker komen ze daar weer boven Jan.”

© Wouter van Cleef

Advertisements